FROM OUTER SPACE Een kunstbeschouwend verslag van Angelica Obino en Nicoline Schouten

 

 

  1. Inleiding

“I am an elephant from outer space, traveling this world in my suitcase” – The Groove , Lee Perry. John Cage Dr Funkenstein.

 

Het is zo mooi wanneer je verhalen en kunstwerken met elkaar kunt verbinden. Ook wanneer dat niet voor de hand lijkt te liggen, als het een puzzel lijkt. Wanneer je dan je geest aan het werken zet, kom je al snel in een nieuwe dimensie terecht. Dat is wat de kunstwerken in deze beschouwing met elkaar verbindt: surrealiteit. Niet van deze wereld en buiten de dampkring. Alle werken hebben een vervreemdende werking op ons.

 

De werken zijn allemaal 3D of bedoelt voor 3D zoals Marte Roling. De kunstwerken zijn gemaakt voor de openbare ruimte. Ze gaan een gesprek met hun omgeving en hun publiek aan. De verschillen zitten voornamelijk in de inhoudelijkheid van de werken. Ego Vivo is provocerend, een aanklacht tegen het egocentrisme van deze tijd. We plaatsen ons naakte zelf op een sokkel. Ook Klibansky zet een provocerende noot. Op het commerciele en marketing vlak. Marte Roling is niet provocatief maar juist poetisch inhoudelijk onderzoekend bezig met een enorm gevoel van vrijheidsdrang. Ronald Westerhuis is dan wel poetsich bezig in zijn werk, maar hij is spiegelend maar niet belerend; heeft invloeden van oriëntaalse tradities en heeft sterk een eigen koers die hij zonder pretenties inzet. De klant is bij hem koning. Hij beweegt mee met de markt.

 

De beelden spraken in ons de referentie aan naar de tijdsgeest van de kleine en sterke verhalen. Je wordt als individu aangesproken door het werk van de kunstenaars, die betere wereld begint nog steeds bij jezelf. Die betere wereld is vaak een zoektocht naar wie ben je of een confrontatie met de grote problemen die op de eigen drempel moeten worden opgelost. Kunst die dwingt tot een dialoog met de micro en macro kosmos. In alle diversiteit en gelaagdheid. Soms spiritueel en vaak ook hyperrealistisch. Alles is mogelijk. Maar alles is ook relatief.

 

  1. Bezochte expositie

We bezochten Kasteel het Nijenhuis van de Fundatie vanwege de tentoonstelling Dreamscapes van Marte Roling. Röling toont in deze expositie recentelijk werk in de tuingalerij bij het kasteel, waarvan de meeste speciaal voor de tentoonstelling zijn gemaakt. Objecten en beschilderde foto’s met gefantaseerde, vaak niet-uitvoerbare sculpturen op locaties over de hele wereld.

 

We waren al snel ook geintrigeerd door de monumentale en surreele beelden die we in de tuin vonden. Deze beelden en het 2D werk van Roling vormden voor ons de basis zodat we een breder verhaal konden vertellen over wat we gezien hebben in en om Kasteel het Nijenhuis. Dit verhaal willen we vertellen aan de hand van de volgende kunstwerken:

  1. Rawsome van Ronald A. Westerhuis
  2. Self portrait of a dreamer van Joseph Klibansky
  3. Dreamscapes van Marte Röling
  4. Ego Vivo van Caspar Berger

 

 

  1. Vier kunstwerken

 

3.1 Ronald A. Westerhuis – Rawsome!, 2011

 

3.1.1 Over het werk

Als je het grasveld van de beeldentuin op komt lopen is het werk van Ronald Westerhuis een van de eerste dingen waar je oog aan blijft plakken. Je kunt er niet omheen, of beter: je moet er juist omheen! De weerspiegeling van het gepolijste metaal heeft een behoorlijke aantrekkingskracht, als lachspiegels in een spiegelpaleis. De wereld krijgt een onwerkelijke reflectie in deze bol.

 

De onverwoestbaarheid van het metaal maken het de perfecte medium voor zijn reusachtige beeldhouwwerken. Hij ontwerpt landmarks, objecten die niet kunnen worden genegeerd vanwege hun omvang, en die de indruk geven dat ze blijven waar ze voor altijd zijn.

In de reflectie zien we onszelf overdreven, gedraaid, met lichaamsdelen die zich uitstrekken als hologrammen. Door de positie te veranderen, kunnen we het beeld bepalen en plotseling van een dwerg tot een reus worden getransformeerd. Het bekijkt autonomie, zorgvuldig geregisseerd door Westerhuis, bevrijd ons momenteel van zijn dominantie.

Het kunstwerk heeft raakvlakken met OpArt. In deze stroming staat optische misleiding centraal. Beweging is soms zo geslaagd gesuggereerd dat de beschouwer gedesoriënteerd wordt. De toeschouwer ervaart dat zijn zichtbare waarneming misleidt wordt en stelt daardoor zijn perceptie ter discussie.

Rawsome heeft een vergelijkbare vormentaal als de minimal art. Minimal art kunstenaars lieten de ruimte van het museum of van een galerie een wisselwerking aangaan met het kunstwerk. Ook zijn de geometrische vormen, die in land art projecten werden toegepast vergelijkbaar met de vormentaal van de kunstwerken van de minimal art.

Inhoudelijk raakt Westerhuis ook de thematiek van het postmodernisme in de beeld.

Met zijn gekozen vorm en uitwerken tipt hij ook het surrealisme aan. Wat ons onderbewuste aanspreekt in het kijken naar het beeld. Zet het ons interne verlangen naar een wereld die niet de onze is, aan.

3.1.2 Vergelijking met Anish Kapoor

Het werk ”Cloud Gate” van Anish Kapoor heeft dezelfde grootsheid als het werk “Rawsome” van Ronald. Beiden betrekken de omgeving waar de sculptuur in staat, bij hun werk. Het materiaal waar zowel Anish als Ronald mee werken komt ook overeen. Ook Anish kapoor werkt met grote constructies van metaal waarbij een zekere mate van technologische ambachtelijke kennis en onderzoek onontbeerlijk is. Dit vraagt om laboratorium onderzoek en kennis van specifieke omgevingstoepassingen.

Inhoudelijk gaat Anish Kapoor dieper en filosofischer te werk dan Westerhuis. Westerhuis wil alleen een vervreemdende ervaring meegeven. Kapoor gaat hierin verder. Kapoor’s objecten richten zich vaak op onmogelijke en spirituele, een uitkomst die hij bereikt, door het in de steen of in de laatste tijd door de blote glans en reflectiviteit van zijn voorwerpen te schuiven.

Kapoor onderzoekt het thema van dubbelzinnigheid met zijn werken die de kijker in een toestand van ‘inbetwistheid’ plaatsen. De kunstenaar vraagt ​​en speelt vaak met zulke dualiteiten als soliditeit-leegheid of realiteitsreflectie, die op hun beurt weerstaan ​​bij zulke gepaarde tegenstellingen als vlees-geest, hier-verder, oost-west, hemel-aarde, enz. Dat creëert het conflict tussen intern en extern, oppervlakkig en onderaards, en bewust en onbewust.

3.2 Joseph Klibansky – Self portrait of a dreamer, 2016

2.3.1 Over het werk

Op het eerste gezicht en zonder achtergrondinformatie is dit een kunstwerk indrukwekkend en spoort het je fantasie aan. Het beeld en het concept lijken sterk: het beeld van een dromerige kunstenaar, op zoek naar nieuwe werelden. Toch knaagt er na verder onderzoek wat aan die fantasie. Is het wel echt; de inhoud die erin verscholen ligt? In de teksten die anderen rondom dit beeld hebben opgeschreven, komt een ander verhaal naar boven dan wat Klibansky zelf hierover in interviews vertelt.

 

Klibansky zelf over zijn werk: “Mijn kunst is kunst met stopping power. Als je het werk ziet, krijg je direct een positief gevoel. Het idee voor de sculptuur begon toen ik een tijdje geleden een klein schilderij van Van Gogh zag van een stoel in zijn kamer. Ik vond dat fascinerend, omdat het zo puur was. Hij schilderde gewoon zijn interieur, maar voor mij stond het ook synoniem voor mijn eigen keukenstoel thuis, waar ik altijd werk aan nieuwe ideeën. Dat is de plek waar ik met mijn schetsboek ga zitten, en voor mij dus de plek waar dromen beginnen. Vandaar ook de titel. De astronaut is een soort vereenzelviging van de 21e eeuw; de sky is the limit. Die astronaut, dat ben ik, maar dat zijn we net zo goed allemaal. Hij staat symbool voor iedereen die zijn ideeën wil waarmaken.”

De Fundatie over Klibansky’s werk: “Klibansky’s werk weerspiegelt niet alleen in technische zin maar ook qua onderwerpen de wereld van nu – of liever nog: die van morgen. Geïnspireerd door mode, design, architectuur, reizen en muziek geeft hij met zijn werk vorm aan een utopische wereld, waarin de stad en het stadsleven terugkerende thema’s zijn. Self-Portrait of a Dreamer, de titel van de negen meter hoge astronaut in de beeldentuin van de Fundatie in Heino/Wijhe, is wat dat aangaat veelzeggend.”

Puur gekeken naar beeldtaal en beeldelementen kan dit zelfportret geplaatst worden in de traditie van het surrealisme, postmodernisme en de pop art. Het beeld is in theorie reproduceerbaar en heeft een sterke hang naar commercialiteit. Aan de andere kant heeft het niet de maatschappijkritische laag die je bij pop art kan verwachten. In meer of mindere mate zit er wel een vorm van idealisme in: the sky is namelijk the limit.

2.3.2 Vergelijking met Jeff Koons

‘Rabbit’ (1986) hoort tot de serie ‘Statuary’, waarin ook een stalen beeld van Bob Hope en van Lodewijk XIV zit. Hij richt zich in deze reeks op artistieke symbolen en op alledaagse kitscherige voorwerpen die in kostbare materialen zijn uitgevoerd, of door houtsnijders zijn vervaardigd. De serie bestaat uit roestvrij stalen afgietsels van bijvoorbeeld een opblaaskonijn (Rabbit). Volgens Koons is roestvrij staal een materiaal dat iets ‘voordeligs, maar luxueus’ uitstraalt.

Het gezichtloze opblaasbare konijn – een van de vroegste en bekendste van de creaties van Koons, die verband houdt met zijn werk uit de jaren zeventig – wordt hier omgevormd tot een roestvrijstalen blow-up speelgoed, altijd vol lucht en in perfecte staat. We worden allemaal dubbel weerspiegeld, van de snuit en van de buik. Het zou kunnen dat Koons spelt met het idee dat kunst een ‘reflectie’ is van de omliggende cultuur. In elk geval is het kunstwerk niet zelfstandig. Het vertegenwoordigt eerder een deel van zijn cultuur (iets wat je in een speelgoedwinkel kunt kopen) en we maken er deel uit van. Kitsch en kunst en cultuur vormen bij Koons geen aparte secties meer, ze zijn voor altijd samengevoegd.

De Rabbit van Koons is net als klibansky’s werk, gemaakt voor ‘de massa’. Beide kunstenaars werken gepolijst en commercieel. Maar waar Koons het nog aandurft om inhoudelijk de confrontatie te tonen blijft het werk van Klibansky alleen gepolijst en mooi.

Beide hebben aandacht voor commercialiteit en verkoopbaarheid van beeld. Klibansky is zeer trots op Selfportrait omdat hij dit werk zonder steun van fondsen en subsidies heeft gemaakt. Dat is wat hij belangrijk vindt, om als kunstenaar zelf je broek op te kunnen houden (Bron: interview in tv-programma Pauw).

De vraag bij Klibansky blijft, over de motivatie van de zoektocht naar inhoudelijke kunst, dat deze concepten en thema’s ook commercieel ingezet worden. Helemaal hard te maken is dit niet. Maar mijn vermoeden is dat hij zich inleeft in de trends en leefwerelden van vandaag de dag en de daarbij veel voorkomende vragen en problemen omzet in beeld. Het is herkenbaar, dus zal het sneller te verkopen zijn. Wellicht dat hij thema’s die te confronterend zijn mijdt? Dat lijkt Koons niet te doen. Hij ziet in de confrontatie een kracht, het genereert aandacht. Koons geeft vooral voeding aan de individuele beschouwer die hij confronteert met de buitennissige proporties van ideologische werken (paasei; het porseleinen beeld van varken hem en cicciolina).

3.3 Marte Röling, Sahara sky images, 2016,

3.3.1 Over het werk

Röling toont in de tuinzaal van het kasteel recente stukken, waarvan de meeste speciaal gemaakt werden voor deze expositie. Objecten en beschilderde foto’s met gefantaseerde, vaak niet-uitvoerbare sculpturen op locaties over de hele wereld. Marte Röling leerde de zichtbare wereld tekenen van haar vader Gé Röling, die ook haar leraar aan de Rijksakademie was. Van haar moeder,de schilder Martine Antonie,leerde ze in essentie om dingen door te kijken naar de kern van de zichtbare wereld. Voor Röling, die van zeer jonge leeftijd succes had, waren beide ouders van cruciaal belang voor haar artistieke ontwikkeling.

Röling heeft voor deze expositie een reeks ‘droombeelden’ gemaakt. Dit zijn beelden die ze graag zou willen creëren, maar die door verschillende redenen nooit meer gerealiseerd zullen worden. Sommigen zouden gewoon te enorm worden, anderen zijn technisch onuitvoerbaar en andere zullen dromen blijven door de buitengewone locatie die de kunstenaar heeft gekozen. Door schilderen en tekenen van de ontwerpen op foto’s, waarvan de meeste zichzelf heeft genomen, zijn de beelden letterlijk geworden, denkbaar.

Hoewel dromen een voorwaarde zijn voor het maken van kunst, is discipline nog meer kritiek volgens Martine Antonie en Marte Röling. Het creëren van kunst is vooral erg hard werk. Je kan het niet dwingen, het is een noodzaak; een verlangen. Een geliefde achtervolging. De titel van de dubbele tentoonstelling in Museum de Fundatie verwijst niet alleen naar de ‘droomschilderingen’ en de ‘droombeelden’ van moeder en dochter, maar ook naar het beroep en het nastreven van de kunstenaar in het algemeen.

Net als Antonie ziet Röling haar werk als ‘droomwerk’; Het beste beroep in de wereld. Röling is bondig met overtuiging over de ontwikkeling en de oprichting van haar nieuwste werk: “Ik had gewoon een geweldige tijd gehad.” Marte zoekt in haar werk de grenzen van de kunst op. Ze breekt door de horizon heen, zoekend naar een thema: vrijheidsdrang.

3.3.2 Vergelijking met Yves Klein

Marte Roling is in mijn ogen een kind van haar generatie kunstenaars. Ik zie in haar Christo terug met zijn megalomane projecten waarbij kleur en verpakking de wereldse beelden beinvloeden en esthetisch veranderen. Die opvatting zie ik in deze droombeelden ook gebeuren. Ze veranderen de oorspronkelijkheid van de omgeving; voegen iets toe dat hoewel het amorf is, toch qua vormgeving fluïditeit brengt en de verwarring geeft dat er een ingreep heeft plaatsgevonden die veranderend is.

Yves Klein bedwong op zijn manier ook de natuurlijke elementen door een performance stijl toe te passen in zijn project Architecture de l’aire en met zijn Cosmogonies. Marte maakt ook theatrale ingrepen in bekende en bestaande landschappen. Zij zegt ook dat het een nieuwe reactie is op een abstract-expressionisme van haar generatie. Alledaagse landschappen “verdromen” is een vorm van een speciale bewerking toepassen. Het op een stok prikken van een object d’art is een vorm van assemblage. Het gebruiken van de foto’s is een vorm van de weerspiegeling van de dagelijkse realiteit verheffen tot kunst. Hierin zie ik het Nouveau Realisme en haar verwantheid aan de popart terug.

In haar grote roze en gouden duiven zie ik het werk van Niki de Saint Phalle met haar grote dikke en veelkleurige vrouwelijke vormen; maar Marte lijkt ook tegen de hyperrealistische beelden van Jeff Koons aan te schurken. Die zijn Konijn heeft.

Op 14 april 1960 schreef de Franse criticus Pierre Restany in zijn eerste Manifeste du Nouveau Réalisme, te Milaan: … De traditionele middelen zijn uitgeput; er is geen andere reactie mogelijk dan de afschaffing van het schilderij… In het tweede manifest, dat het jaar daarop verscheen, verklaarde hij: … De nieuwe realisten zien de wereld als een schilderij, een groot fundamenteel waarvan zij zich wezenlijke fragmenten eigen willen maken …

Een schijnbare tegenspraak die ik bij Marte en Yves ook vaker tegenkom. Enerzijds omarmen ze een traditionele werkwijze maar anderszins geven ze er met een overtreffende trede een reactie op.

Over de inhoud kan ik in vergelijking met Yves Klein het volgende bevragen:” wanneer is nu iets echt gebeurd?” Is het de foto als object? of is het het loslaten van de ballonen? Is bij Marte het pas echt als het op de foto is gemanipuleerd? Het is bij beiden de vorm waarin het concept centraal staat. Waarbij Yves Klein de foto’s gebruikt als herinnering om een werkelijkheid vast te leggen en zowel dadaïstische invloeden vrij spel geeft. Daar gebruikt Marte Roling een foto als zijnde een weerspiegeling van een niet werkelijkheid en legt daarmee een nieuwe realiteit vast.

Beide hebben in werkwijze dezelfde uitgangspunten. Ze bevragen de realiteit en de niet realiteit. Yves Klein ging daarin verder door zelfs zijn eigen kleur blauw uit te vinden. Marte gaat minder ver hierin; ze accepteert het feit dat het technologisch nog onmogelijk is om dreamscapes te realiseren maar neemt net als Yves Klein zichzelf de vrijheid om bepaalde inhouden te creëren. Ze gebruiken beide de fotografie als middel.

Het is niet het doel maar een middel bij Yves Klein; Bij Marte is het het uitgangspunt van een bestaande situatie die wordt opgeheven door haar macht; door haar ingrijpen. Yves Klein accepteert dat niets is blijvend in de kunst. Een ballon knapt en poef is weg. Het gaat bij hem vaak om de gedachte. Bij Marte moet het een gedachte blijven want als het mogelijk zou zijn de droombeelden te realiseren dan had zij de vrijheid genomen om deze te realiseren. Nu blijft het noodgedwongen een idee. Yves Kleins werk maakt een statement van een idee en is daarom Neoplatonisch. Terwijl Marte’s werk tot dit neoplatonisme noodgedwongen wordt bepaald. Yves Klein adopteert de idee; Marte suggereert de idee.

 

3.4 Caspar Berger. Ego Vivo/ Self-portrait 25, 2013

 

3.4.1 Over het werk

Berger studeerde ruimtelijke vormgeving aan de AKI in Enschede. Zijn opleiding voltooide hij aan de post-academiale Jan van Eyck Academie in Maastricht. Daar koos hij, mede op grond van zijn liefde voor de Italiaanse hoogrenaissance, voor de beeldhouwkunst en ging figuratieve beelden maken die een eigentijdse interpretatie geven van klassieke thema’s.

 

Daardoor beweegt hij tussen verleden en de toekomst. Met tijd als een continuum waarin hij ruimte inneemt; een instabiele plek tussen extremen en contradicties. En tussen beslotenheid en de buitenwereld. Tussen kortstondigheid en oneindigheid, en tussen vergankelijkheid en duidelijke onbeweeglijkheid en constante verandering. Dit thema probeert hij op verschillende manieren te benaderen.

 

In de beeldentuin van het kasteel staat het metershoge beeld Ego Vivo. Dit beeld is onderdeel van Bergers project Skeleton. Berger in 2013: “In Skeleton duik ik onder mijn huid en daarmee onder de drager van onze tastbare identiteit. De mogelijkheid om nu via de laatste technieken een kopie van mijn eigen skelet vast te kunnen houden, laat niet alleen zien hoe geavanceerd de techniek en medische wetenschap is, maar geeft mij ook de mogelijkheid te werken met het zo betekenisvolle beeld dat het skelet vertegenwoordigd. Het confronteert mij niet alleen met het symbool van de dood, maar meer nog met het wonder en de ongelofelijke complexiteit van het leven. Met dit nu tastbare symbool in de vorm van een serie zelfportretten, onderzoek ik mijn eigen identiteit zowel in fysieke zin, als in conceptuele zin. Hierbij dient het skelet niet alleen louter als fysieke drager van ons lichaam, maar ook als een metafoor voor het spirituele wonder van het leven.”

 

Caspar Bergen in zijn eigen woorden n.a.v. de expo van zijn beeld op Lowlands festival: ‘In samenwerking met Toshiba en Het Langeland Ziekenhuis heb ik een CT-scan laten maken van mijn geraamte en die vervolgens laten uitprinten door een 3D-printer. Van al die botten heb ik voor dit werk uiteindelijk mijn bovenarmbot – de humerus – gepakt en die tot een grootte van 6,5 meter opgeblazen. De sculptuur is met een robotarm uit piepschuim gefreesd, en daar is uiteindelijk weer een bronzen afgietsel van gemaakt. Bij dat freesproces snijdt de robotarm eerst de grote lijnen uit, en werkt het vervolgens naar een steeds gladdere vorm toe. Ik heb er expres voor gekozen om die laatste stap achterwege te laten, zodat je de lijnen van de robot nog ziet. Het beeld heeft daardoor een hele organische vorm, maar van dichtbij zie je de digitale vingerafdruk van het maakproces nog terug.’

Zijn modellen worden door middel van silicone-mallen omgezet naar beelden in metalen als brons, zilver en goud.

 

‘Als kunstenaar ben ik schatplichtig aan de kunsthistorische traditie. De Italiaanse hoogrenaissance beschouw ik als een referentiepunt waar ik uit voortkom en dat mij laat pendelen tussen verleden en toekomst, de tijd als continuüm waarin ik zelf een instabiele plaats inneem tussen uitersten en tegenstellingen, tussen beslotenheid en buitenwereld, tussen tijdelijkheid en eeuwigheid, tussen een kortstondige en ogenschijnlijke stilstand en voortdurende verandering.’

 

3.4.2 Koppeling met Spoerri

Waar Caspar Berger spreekt over zijn hang naar de Hoge renaissance (vorm) daar zie ik ook parallellen met Yasumasa Morimura. Een exponent van het postmoderne multiculturalisme. Morimura bevraagt de grote tradities ten aanzien van de overcommercialisering van de Heilige Concepten (inhoud). Hij gebruikt klassieke kunstwerken om via eigen bewerkingen van achtergrond en fotografie ze van nieuwe inhouden te voorzien. Hierin zie ik vergelijkingen met Caspar Berger; hij heeft in zijn werk; “de ultieme memento mori “,voorzien van een nieuwe eigentijdse betekenis. Ook hij heeft door het gebruik van moderne technieken en de absurde vergroting een oude traditie bevraagt over het grote concept.

 

In Daniel Spoeri’s Tableau Piege (de abnormale museale tentoonstelling van een nogal krakkemikkig tafelmaal vertikaal tegen de muur geplaatst in een doorzichtige vitrine ) in vergelijking met Caspar Bergers Ego Vivo. Hierin zie je dit aspect terug in als het ware door Caspar uitvergrote Humerus. Het idioot grote bot als een Kostbare Normaliteit in de openbare ruimte geplaatst. De dadaïstische gekheid als uit het niets koppelen aan het Lowlands Festival. Waarbij Caspar Berge dan wel een hoger doel nastreeft. Namelijk de idee waarbij het dode bot het leven dient. Met als inhoud een wereld waarin alles perfect werkt (scan en 3 d printen volmaakt worden beheerst; een robot die haarfijn freest) maar waar geen ruimte is voor de mystieke essentie van de mens.

Dat stuk ontregeling dat gestuurd wordt door associaties met de werkelijkheid is een weergave van de geest van onze tijd. Dit komt ook terug in de dadaïstische beweging en in haar navolgers van het Nouveau Realisme. Bij Berger zie je de conceptuele neerslag van dit hedendaagse esthetisme tenaanzien van een oude vraag (memento Mori). Zoals bij Yasumasa Morimura de oude kunstwerken in een ander esthetisme te kijk worden gezet is het in wezen een aanklacht. Daar zet Berger ons ook op een ander been in het perspectief naar onszelf toe.

 

 

 

 

 

  1. Hoofdvragen

 

4.2 Wat is een kunstenaar in de 20e en 21e eeuw?

De kunstenaar lijkt in de 21e eeuw te veranderen in een werkgever; een nieuwe vorm van entrepreneurship. Een volwaardig kunstenaarsbedrijf bestaat uit een ontwerpbureau en een gedelegeerde structuur waarbinnen de manager kunstenaar diverse werkzaamheden delegeert naar externe experts. Serious Business waarbij het kunstwerk geconcipieerd wordt door diverse mensen. De kunstenaar zelf is slechts het brein en regisseur van het werk.

 

Zo is het beeld Rawsome van Westerhuis in China gemaakt. Heeft Klibansky een eigen team en werkplaats die zijn werk uitvoert. Hij besteedt ook werk uit naar bedrijven in het verre oosten, zijn werken zijn stuk voor stuk custom made. Marte Roling heeft ook haar eigen werkplaats en team. Caspar Berger laat zijn werk machinaal vervaardigen en heeft daar dus ook hulp van buitenaf bij nodig. Zelfs het ziekenhuis heeft hij ingeschakeld door hen het scannen te laten doen. Toshiba heeft het werk vergroot tot 6,5   meter en uit geprint in 3d.

 

 

4.2 Hoe wordt er over esthetica gedacht in de 20e en 21e eeuw?

Kunstenaars zetten de esthetica naar hun eigen hand. Ze gaan niet meer van een en dezelfde stijl uit. Jatten en Juichen, mixen en matchen van stijl is nu de norm geworden. De gekozen stijl volgt op de inhoudelijkheid van het werk van de kunstenaar.

 

In de grootsheid van de sculpturen gaat nog steeds veel aandacht uit naar de ambachtelijkheid van het werk. Hoe het werk eruit ziet is wel degelijk van belang, het moet ook verkoopbaar zijn. Dus de afwerking krijgt veel aandacht.

  1. Conclusie

Wanneer het hier gaat om objectieve kunstbeschouwing hebben wij een ietwat tegenstrijdige invalshoek gekozen: Het surreële, subjectiever kan haast niet. Onze eigen mening zat ons tijdens het schrijven van dit verslag ook geregeld in de weg. En de hoeveelheid meningen en vragen die de werken bij ons opriepen, leken eindeloos. Toch vinden we het niet zo heel erg dat dit gebeurde, het hoort bij de geest van onze beschouwende vorm.

 

Hoeveel informatie heb je eigenlijk nodig over een werk als het gaat om het surreële? Is de vragen openhouden en de mystiek of het onbewuste, of het spirituele toelaten niet genoeg? Het mooiste wat er bij kunstwerken kan gebeuren, ons inzien, is dat het met de fantasie van de beschouwer aan de haal gaat of zijn of haar dromen waar maakt of aan het verwonderen aanzet. Wat dat aan gaat, zijn alle besproken kunstwerken zeer geschikt om dat te doen.

 

De eerste blik en indruk waren de doorslaggevende reden voor ons om ze ter discussie te stellen de wil te vinden om deze te bespreken in dit verslag. Daarna kwam de inhoud en de beschouwing als vanzelf op gang. Met daarin een poging een meer feitelijke weergave van de kunstwerken te geven. Een meer overdrachtelijke modus te vinden waarin we anderen onze bevindingen konden laten proeven.

 

Het surrealisme blijkt ook voor ons een grote inspiratiebron. Avantgardisme is ons niet vreemd en we koesteren het buitennissige en de gelaagdheid ervan. Wellicht als tegenreactie op de feitelijkheid en meetbaarheid waar de wereld om ons heen nu naar streeft. Misschien ook een voortborduursel op de hang naar het oude, het romanticisme in ons. Waarin wij ‘het oude’ vervangen voor ‘het andere’. Stiekem toch nog geloven in utopieen. Maar weten dat dat in het klein begint. Met een kunstwerk bijvoorbeeld?

 

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s